Verbeter ons denken, begin bij jezelf!
Stap 2: Zet je denkruimte in het licht


Hoe kom je tot nieuw denken? Denken dat niet bestaat uit het herhalen van je oude gedachten? In de eerste blog van deze serie hebben we de eerste stap gezet naar nieuw denken: de realisatie dat je naar je denken kunt kijken en er invloed op kunt uitoefenen. De tweede stap is ruimte maken in je denken. Je kunt je beperkte denkruimte oprekken. Je gaat voorbij wat je al weet, het onbekende in…



Er is een aantal manieren om dat te doen. Bijvoorbeeld door een vraag te formuleren in plaats van een antwoord te zoeken, feiten te onderscheiden van interpretaties, verwondering te omarmen... Te veel om in één blog te beschrijven. Daarom kiezen we er twee die voorwaardelijk zijn voor alle andere manieren: vertragen en uitstellen van oordeel. Op het eerste gezicht misschien open deuren, maar weet jij precies hoe het zit, wat je eraan hebt en vooral hoe je het kunt doen?

1 Vertragen
‘Het ging zo snel, ik kon er niet goed over nadenken…’ Om goed na te denken, heb je vertraging nodig ofwel ‘vrije ruimte’. Vrije ruimte waarin je geest niet de jouw bekende, gegroefde paden bewandelt, maar kan dwalen en je kan verrassen. Vertragen vraagt daarom breken met voortgang; het slaan van een bres in de loop der dingen. Onze ‘hei-sessies’ of ‘overleg met de benen op tafel’ zijn vormen van wat de Grieken scholè noemen: vrije ruimte om te denken. Een plek of een moment waar je vrij bent van verplichtingen.

Hannah Arendt omschrijft denken als ‘stop-and-think’. Op het moment dat je gaat denken, stel je bewust elke andere activiteit uit. Filosoof Cornelis Verhoeven omschrijft dit fenomeen als: ‘denken breekt met de onmiddellijkheid’. Gun jezelf in de waan van de dag om even stil te staan, drie keer adem te halen en het effect daarvan te bemerken op je denken. Een kleine onderbreking geeft je geest al ruimte voor andere gezichtspunten en nieuwe invallen. Als je vaker vertraagt en stopt om na te denken, zul je ontdekken dat veel van je onmiddellijke, niet-vertraagde denken gebaseerd is op oude denkconstructies die je herhaalt. Je voortdurende betrokkenheid bij je gedachten gaat meestal over de inhoud ervan en vrijwel nooit over het ontstaan van die gedachten. Als je vertraagt, ga je zien dat  ze vaak voortkomen uit meningen of door het leven opgedane ‘pavlovreacties’. Dit zijn oordelen, die voor denken niet altijd behulpzaam zijn.

2 Opschorten van oordeel
Waarom gebruiken we het woord opschorten en niet uitstellen? Omdat het uitstellen van je oordelen onmogelijk is. We oordelen de hele dag. Daar is niks mis mee. De uitspraak ‘Je mag niet oordelen’ mag wat ons betreft de prullenbak in. Niet alleen kunnen we oordelen niet laten, het is vaak heel behulpzaam bij het maken van keuzes. Alleen… we oordelen meestal snel, onbewust, voor we het doorhebben. Wat wél kan is je bewust worden van je oordelen, ze registreren en even naast je neerleggen zodat je verder kunt denken voorbij het oordeel.

Het is van belang om je oordelen onder ogen te zien en je te realiseren dat ze voortkomen uit jouw kijk op de werkelijkheid. Ze vormen als het ware een scherm tussen jou en de wereld, waar je doorheen kijkt. Een belangrijk kenmerk van het scherm is dat het de werkelijkheid fragmenteert. De echte wereld bestaat uit nuances en schakeringen, die gezamenlijk een geheel vormen. Al denkend halen we daar bepaalde onderdelen uit en scheiden die van de rest om het ons gemakkelijker te maken. Op de lange duur gaan we steeds meer waarde toekennen aan deze losse onderdelen die we zelf afzonderlijk hebben gemaakt. Zo verliezen we zicht op het geheel zonder dat we dat in de gaten hebben. Als het je lukt om je oordelen even te laten voor wat ze zijn, er afstand van te nemen, breid je je denkruimte direct uit. Herinner je je de Schotse Susan Boyle? Een 47-jarige huisvrouw met weinig flatteus uiterlijk die uiteindelijk de finale van ‘The Voice’ in Groot Brittannië haalde? Juist.

Aan de slag
Als je gaat vertragen en je oordeel opschort, zul je merken dat je ook regelmatig een oordeel hebt over je eigen denken: ‘Ik moet zo niet denken’ of ‘ik mag dit niet raar vinden’. Dat hou je niet tegen en het geeft ook niks. Je mag in principe álles denken, als je maar uit de onmiddellijkheid blijft en bewust kiest op basis van welke gedachte je vervolgens gaat handelen. Als je beseft dat een groot deel van je oordelen voortkomt uit automatische denkconstructies, kun je hier aan voorbij gaan en krijg je toegang tot een grotere denkruimte. Vertraag, schort op en verwelkom nieuw denken!


In de eerste twee blogs over het verbeteren van je denken hebben we het vooral over individueel denken gehad. In blog drie besteden we aandacht aan de kracht van collectief denken. Wil je verder aan de slag met het leren kennen van je eigen denken en jezelf en anderen in staat stellen om tot nieuw denken te komen?

Ontdek ‘Scholing van de Geest: socratische vaardigheden voor professionals