Gedichten en overpeinzingen
Hier vind je naast de maandelijks wisselende gedichten van onze website, notities van Radius over praktische filosofie en verbeeldingskracht. De overpeinzingen van Marcus Aurelius (121-180) horen bij de bekendste geschriften in de praktische filosofie. Als keizer van het Romeinse Rijk voerde hij overdag de legers aan, maar stelde 's nachts zijn gedachten over de juiste manier van leven op schrift. Hij bracht zijn filosofische ideeën dagelijks in praktijk, zodat hij het rijk kon regeren zonder verraad te plegen aan zijn idealen van rechtvaardigheid en menselijkheid. Hij schreef de overpeinzingen niet voor publicatie of voor het nageslacht. Ze waren persoonlijk, een dagboek voor geestelijke ontplooiing. De overpeinzingen, ook meditaties genoemd, verschenen voor het eerst gedrukt in 1588 en zijn sindsdien voortdurend in omloop geweest.
Gedicht

Het is hen niet ontgaan

Ze hebben de locatie najaren van zoeken nu toch getraceerd;
die bleek volmaakt cirkelvormig, door de duistere gebieden
van de hersenen omsloten, nabij het eiland van Reil:
ze hebben de positie chemisch gemarkeerd.

Ze zullen het ons tonen, we zullen weer versteld staan, zodra ze
dat apparaat aan de praat, die snoeren uit de knoop,
dat beeldscherm aangesloten, netwerk verbonden, verbaasd

dat het vergeten zo nauwgezet te lokaliseren valt, tot zelfs
de precieze omtrek, het exacte midden en hoe
het onthouden daar omheen ligt

prachtig als een ring om
niemands vinger.

Esther Naomi Perquin
Uit: Meervoudig afwezig, 2017
Gedicht

Nocturne

Ik rijd 's nachts door een dorp, huizen treden te voorschijn
in het koplamplicht - ze zijn wakker, ze willen drinken.
Huizen, schuren, uithangborden, onbeheerde voertuigen - nu
tooien zij zich met het Leven. - De mensen slapen:

sommigen kunnen vredig slapen, anderen vertonen gespannen trekken
alsof zij intens liggen te trainen voor de eeuwigheid.
Ze durven niet alles los te laten hoewel hun slaap zwaar is.
Ze rusten als neergelaten slagbomen wanneer het mysterie voorbijtrekt.

Buiten het dorp voert de weg verder tussen de bomen van het bos.
En de bomen de bomen zwijgen in wederzijdse eendracht.
Ze hebben de theatrale kleur van een vuurgloed.
Wat zijn hun bladeren duidelijk! Ze volgen mij tot aan huis.

Ik ga liggen om te slapen, ik zie onbekende beelden
en tekens zichzelf neerkrabbelen achter mijn oogleden
op de muur van het duister. Door de spleet tussen waken en dromen
probeert een grote brief zich vergeefs naar binnen te dringen.

Tomas Tranströmer
Uit: De herinneringen zien mij. De Bezige Bij, 2002
Vertaling: Bernlef
Gedicht

Over een dorp I

Daar, maar onzichtbaar, ligt het
dorp waar men heen gaat vandaag,
begin langzaam te klimmen,
volg de glooiende flank van de heuvel,
vind een eenzame boom.

Rust uit in de schaduw en ga verder
tot de kale bergen te zien zijn,
tussen hun pieken de pas
die zal worden bestegen,
put hier het laatste water.

De komende uren volgt men de dunne zig-zag
omhoog, omhoog, en in de avond
ineens een kleine vallei,
geel gras met wat magere geiten,
het dorp waar men heen ging.

Rutger Kopland
Overpeinzing

Perfectie en oneindigheid; Plato in de bioscoop
Paulien ‘t Hoen

Afgelopen maand zag ik zowel een Britse film als een Nederlandse documentaire die mij weer eens de geldigheid en dagelijksheid van Plato’s ideeën- of vormenleer onder de neus wreven.

Eerst de film: ‘The man who knew infinity’. De ...
> verder
Gedicht

Het midden

Ik ken het verhaal van kiem tot kroon, van de eerste symbiose
tot de rechtopstaande borst, de dieren en hun echo in ons, bewaard
in vliezen, stukken vacht en hitte rond het hart. Ik ken het verhaal
van aap tot mens, ik weet hoe ik mij tot homo sapiens strekte, rusteloos

en haaks op de aarde. Maar iets in mij staat nooit rechtop, glijdt
onverschillig weg van warmte, ondanks fakkels en vuurstenen ruik ik
naar vocht, in mijn borst geen drift maar de klop van een spons.
Ik ben twee kanten op geworden, naar voren en naar achter
getuimeld in de tijd,

In mij sleept een slak zich prehistorische kalm
terug naar het begin en een mens zich naar het einde; geen van beide
is in zicht, alleen dit tijdelijke midden.

Marjolijn van Heemstra
Uit: Meer hoef dan voet
Overpeinzing

Veerkracht bekeken door de bril van Martha Nussbaum
Anne-Marie Gunnink

In de komende blogs kijk ik naar het begrip veerkracht door de bril van een hedendaagse filosoof of anderszins interessante persoon. Met als doel: perspectiefverbreding, actief onderzoeken van de reikwijdte van het begrip en het in beeld krijgen van in- en uitsluitende mogelijkheden in het begrip. Hiervoor gebruik ik enkele van de essenties ...
> verder